NL

Dampremmende folie en waterdichting: het verschil

Een dampremmende laag beperkt waterdamptransport; waterdichting houdt vloeibaar water tegen. Waterdicht betekent niet dampdicht: sommige membranen weren regenwater terwijl de constructie erdoorheen kan drogen. Folies die op elkaar lijken, zijn daarom niet zonder meer uitwisselbaar.

Wat de beschermende lagen doen

Vocht kan via een lekkage binnendringen, met lucht door kieren worden meegevoerd of door waterdampdiffusie een materiaal passeren. Dit zijn verschillende mechanismen. Een dampremmend materiaal vormt alleen ook een luchtdichte laag als de eigenschappen daarvoor geschikt zijn en het hele systeem doorlopend is afgedicht.

Laag Hoofdtaak Wat niet vanzelf gegarandeerd is
Dampdichte of dampremmende laag Waterdampdiffusie beperken Bescherming tegen daklekkage of grondwaterdruk
Dampopen, waterkerende en winddichte folie De geïsoleerde constructie beschermen tegen doorwaaien en incidenteel water van buiten, terwijl waterdamp kan ontsnappen Geschiktheid als primaire waterdichting van een plat dak of fundering
Waterdichtingssysteem Vloeibaar water tegenhouden onder de voorziene gebruiksomstandigheden Een hoge dampdoorlatendheid of ongecontroleerde vervanging van een dampremmende laag

Het woord ‘membraan’, de kleur, oppervlakteruwheid en het rolgewicht bepalen niet de toepassing. Eén materiaal kan meerdere functies hebben, maar de documentatie moet dit voor de concrete toepassing bevestigen.

Wat u in het technische blad moet controleren

Voor diffusie kijkt u naar de dampweerstand of damppermeantie. De equivalente luchtlaagdikte s_d, uitgedrukt in m, neemt toe naarmate de weerstand tegen damptransport groter wordt. Bij permeantie, bijvoorbeeld in US perms, geldt het omgekeerde: een hogere waarde betekent dat damp gemakkelijker passeert. Vergelijk gegevens bij dezelfde testomstandigheden; de massa per oppervlak in g/m² vervangt deze waarden niet.

Bij vochtvariabele folies verandert de dampweerstand met de luchtvochtigheid. Dat kan het drogen van de constructie bevorderen, maar maakt de folie niet universeel geschikt. Controleer afzonderlijk de waterdichtheid, toegestane toepassingen, sterkte, bestendigheid bij blootstelling en geschiktheid van tapes en kitten.

Hoe bepaalt u de plaats van de lagen?

  1. Bepaal de constructie en vochtbron: neerslag, grondwater, vochtige binnenlucht of buitenlucht. Houd rekening met verwarming, koeling en het plaatselijke klimaat.
  2. Raadpleeg de ontworpen opbouw en de eigenschappen van elke laag. In verwarmde gebouwen in koude klimaten ligt de damprem vaak aan de binnenzijde van de isolatie, maar ‘altijd aan de binnenkant’ geldt niet voor ieder klimaat en iedere constructie.
  3. Controleer naar welke kant de constructie kan drogen. Twee lagen met een hoge dampweerstand aan weerszijden kunnen bouwvocht opsluiten; voeg niet zonder controle een tweede laag toe ‘voor de zekerheid’.
  4. Vergelijk het product met de fabrikantdetails: toepassing, legrichting, overlappingen, aansluitingen en vereiste ventilatiespouwen. Bij een gewijzigde opbouw moet een deskundige het vochtgedrag beoordelen.

Fouten bij vervangen en aanbrengen

Een dampopen dakfolie vervult niet de voorgeschreven dampremmende functie alleen doordat deze waterdruppels tegenhoudt. Omgekeerd kan een folie met hoge dampweerstand op de plaats van een dampopen buitenlaag het drogen belemmeren. Een vervanging moet aan alle vereiste eigenschappen voldoen; de productnaam alleen is onvoldoende.

Gebruik ‘gladde kant naar de isolatie’ niet als algemene plaatsingsregel. Volg de markeringen van het concrete product. Dicht naden, randen en doorvoeren in de luchtdichte laag af met geschikte materialen; zorg daarnaast voor de voorgeschreven waterafvoer en ventilatie. Folies vervangen geen ruimteventilatie en verhelpen geen bestaande lekkage.

Gerelateerde artikelen